In gesprek met Nur

Sleutelpersoon IOM

Het is even zoeken om een moment te vinden voor ons gesprek, want Nur is een vrouw die zich met hart en ziel inzet voor rechten van migranten zonder verblijfspapieren. Als ik haar spreek, komt ze zojuist terug van een bespreking bij FNV waar de ratificatie van het ILO verdrag C 189 (red. verdrag inzake fatsoenlijk werk voor huishoudelijk personeel) hoog op de agenda staat, waarmee schoonmaakwerk als volwaardig werk wordt erkend en ongedocumenteerde arbeiders beter worden beschermd.

Een Nederlandse droom?

In 1999 stuit Nur, accountant en moeder van drie kinderen, in Indonesië op een advertentie in de krant voor een baan in Nederland met de belofte van werk, inkomen en huisvesting. Haar man heeft kort daarvoor een ongeluk heeft gehad en kan niet meer werken, dus ze grijpt deze kans met beide handen aan. Ze neemt een lening om naar Nederland te komen, maar eenmaal aangekomen in hier niets. Als vrouw alleen is ze kwetsbaar. Ze heeft verschillende banen, als hulp in de huishouding, in winkels en als oppas. Ze wordt vaak lastiggevallen door mannen op haar werk of op de plekken waar ze verblijft. Op een werkplek wordt ze door haar baas aangerand en ze vlucht weg. Dit overkomt haar vaker en elke keer is het een zoektocht naar een veilige plek, een nieuw onderkomen en een nieuwe baan. Nur is emotioneel als ze over de eenzame jaren vertelt en geeft aan dat dit veel ongedocumenteerde vrouwen overkomt. Ze zijn bang om naar de politie te gaan en zonder netwerk kunnen ze nergens heen. Haar eigen ervaringen inspireren haar nu om andere vrouwen te helpen en hen te ondersteunen bij aangifte, medische hulp en het vinden van hulpinstanties: ‘mijn telefoon staat altijd aan zodat ik kan helpen als het nodig is’ zegt ze.

‘mijn telefoon staat altijd aan zodat ik kan helpen als het nodig is’

IMWU; Indonesian Migrant Workers Union

In 2009 ontmoet Nur mensen van het FNV in de moskee. Dit is het begin van een lange samenwerking. In 2012 is Nur betrokken bij de oprichting van de Indonesian Migrant Workers Union (IMWU). Als coördinator in Rotterdam neemt ze deel aan overleggen met partnerorganisaties en biedt ze praktische hulp aan migranten. Zo geeft ze voorlichting over arbeidsrechten, begeleidt ze mensen bij doktersafspraken, ondersteunt ze in gesprekken met werkgevers en verwijst migranten door die willen terugkeren naar Indonesië.

IOM

Nur heeft al lange tijd contact met IOM en vertelt dat de afgelopen maanden vooral mannen zijn teruggekeerd naar Indonesië door een tekort aan werk. Jonge mannen werken vaak in seizoensgebonden beroepen, zoals schilderen, tuinieren en in de bouw. In de winter is er weinig werk en kunnen ze de huur niet meer betalen. Terugkeer is vaak moeilijk omdat velen leningen hebben afgesloten of hun huis als onderpand hebben gebruikt om naar Nederland te komen, wat hen extra kwetsbaar maakt. Als de lening nog niet is afbetaald, is het vaak moeilijk om terug te keren.

Nur begrijpt deze uitdagingen vanuit haar eigen ervaring; zij wist uiteindelijk een netwerk op te bouwen en vond een veilige plek en steun. Via IMWU biedt zij nu ondersteuning aan migranten, door het creeëren van een netwerk en hen te adviseren over hun rechten. Naast een netwerk speelt taal een belangrijke rol; ‘Als je de taal spreekt, al is het maar een beetje, begrijp je veel meer en kun je ook beter voor jezelf opkomen, ook als je met bijvoorbeeld de politie spreekt’.

Toekomstdromen

Haar ouders denken nog steeds dat ze hier werkt als accountant. ‘Ik heb hen nooit verteld dat ik in de schoonmaak werk’. Via de telefoon houdt ze contact met haar familie. ‘We laten vaak een fake life zien, eentje dat mooier is dan de werkelijkheid, ze zien niet dat we in kleine dure kamers wonen en moeite hebben om eten op tafel te zetten’. Ondanks de harde realiteit geniet Nur ook van haar leven. Naast haar werk, haar inzet voor IMWU en FNV en de gemeenschap, gaat ze graag naar theater en musea, het liefst samen met haar dochter.

‘Hoe ik mijn toekomst voor me zie? Ik zou graag vanuit de auto, een soort foodtruck, ontbijt willen verkopen, samen met mijn man in Indonesië’ vertelt ze. Ze is nu 59, haar man tien jaar ouder. Ze hebben elkaar sinds 1999 niet meer gezien. Nu haar drie kinderen volwassen zijn en afgestudeerd zijn, werkt ze door om die droom te kunnen verwerkelijken.