In gesprek met Gianni da Costa

Gianni

Gianni ontmoet ik in Amsterdam bij de Protestante Diaconie waar hij als opbouwwerker werkzaam is. Het is er al vroeg in de ochtend een komen en gaan van mensen in de Elthetokerk in de Indische buurt, een plek waar verbinding en gemeenschapszin centraal staan. Deze gemeenschapszin vormt de kern voor Gianni, in zowel zijn werk voor de Diaconie maar ook in zijn werk met mensen zonder papieren.

Hoe kijk je aan tegen de term sleutelpersoon?

Ik heb er niks mee. Wie ben ik dan? Ik ben Gianni, Amsterdammer die omkijkt naar andere Amsterdammers. Ik beschouw deze mensen ook als Amsterdammers, alhoewel zonder papieren. Het vertrekpunt is, als de overheid het niet doet, dan doe ik het. Dat is mijn manier om voor anderen te zorgen.

Hoe komen mensen met jou in contact?

Naast mijn werk bij de diaconie heb ik een weekendschool voor ongedocumenteerde Brazilianen: het ‘ Giving Back Project’. De naam zegt het al, teruggeven, omdat ik heel dankbaar wat Nederland, maar ook Amsterdam mij heeft gegeven. Om te zorgen dat deze doelgroep een menswaardig bestaan heeft, dat is onbetaalbaar. Het is geen stichting, het is een beweging. Ik ben bekend binnen de Braziliaanse gemeenschap. Wie goed doet goed ontmoet. Waarom sta je goed bekend? Door het goede te doen. Mijn nummer is ook vrij, iedereen geeft het door. Ik ben 24//7 echt bezig met deze doelgroep, met mijn werk. Dat geeft mij veel voldoening en veel energie.

Kun je wat meer vertellen over de ongedocumenteerde Brazilianen?

De Braziliaanse groep ongedocumenteerden is de grootste groep in Nederland zonder asielverleden. De Braziliaanse gemeenschap is de grootste in Amsterdam. We praten over 15.000 ongedocumenteerde Brazilianen in Amsterdam.

Ik kerkte bij een Braziliaanse gemeenschap en kwam daar in contact met een moeder met een kind, beiden ongedocumenteerd, die vroeg of ik bijles kon geven. Een week daarna waren het er vier en toen tien, en dat is uitgegroeid tot ‘Giving Back’. Elke zaterdag wordt er les gegeven aan 60 kinderen, er is een wachtlijst van 50 kinderen. Ik wil opschalen, maar kwaliteit staat bovenaan. Alles kost geld.
Waar het meeste pijn zit bij mij is dat de erkenning er is voor wat we doen, ook door de gemeente, maar dat er geen geld is vanwege de doelgroep. Formeel gezien bestaat deze doelgroep niet, dus is er een geen potje voor. Het is een ontmoedigingsbeleid. Je deelt deze mensen bewust of onbewust in in een kwetsbare situatie.

Wat is een probleem waar veel ongedocumenteerde Brazilianen tegen aan lopen?

Er is een tekort aan huisvesting. In Amsterdam wordt er echt misbruik gemaakt van het systeem, sociale huurwoningen worden onderverhuurd, malafide huisbazen verhogen continue de huur en er is altijd de angst om op straat te worden gezet.
Om in te trekken in een woning in Amsterdam moet je genoeg spaargeld hebben. Dit gaat om drie keer de huur plus borg, dat is gauw 10.000 euro. Dat heb je niet zomaar. Dan krijg je situaties waarin kinderen opgroeien in een tweekamerappartement met drie à vier gezinnen. Er is weinig privacy, geen ruimte voor huiswerk, het is geen fijne situatie.

Ook kom ik via Fairwork in aanraking met mensen die in huis werken bij mensen die misbruik maken van ongedocumenteerden. Ze krijgen geen salaris, maar durven niet naar de politie te gaan.

Gianni247

Wat voor werk is gangbaar?

De meeste mensen werken in de schoonmaak bij mensen thuis of in de bouw. Daarom wonen ook veel mensen juist in Amsterdam, omdat hier mensen wonen die zich schoonmakers kunnen permitteren.

Kun je een beeld schetsen van de gezinnen?

De meeste ongedocumenteerde kinderen zijn hier geboren, maar soms komt eerst een ouder en komen de kinderen later naar Nederland. Ik denk dat 60% van deze groep gezinnen met kinderen zijn.

Het vertrekpunt van bijna alle migranten is: ‘Ik ga terug.’ Ongedocumenteerde migranten komen hier in eerste instantie om geld te verdienen en daarna terug te gaan. Thuis spelen is beter dan uit spelen. Maar als ze hier komen, worden ze lam geslagen door de realiteit. Je hebben nu ook social media, waar je een leven kunt leiden dat niet van jou is. Je kunt op Facebook tonen dat je in een chique restaurant zit, maar dat is niet de realiteit. Je wordt hier lam geslagen. Tachtig of negentig procent van de inkomsten gaat naar de huur, dan blijft er nog maar tien procent over. Je hebt kinderen die naar school gaan en kleren nodig hebben. Voor je het weet, blijft er weinig over, en dan heb je niet gespaard.

De meesten die hier komen, komen ofwel met een familielening of met een banklening. Veel mensen willen niet teruggaan vanwege de schaamte; ze hebben nooit de lening afbetaald. Wat is beter? Piet die teruggaat met: ‘Ik heb daar iets opgebouwd,’ of Piet die teruggaat met lege handen? Vaak besluiten ze dan om te blijven, met de gedachte dat dat in elk geval beter is dan waar ze vandaan komen.

Daarnaast is het hier ook veilig. Voor ons is veiligheid vanzelfsprekend. Een moeder vertelde mij dat alleen al het feit dat zij haar kind hier veilig naar school kan brengen, zonder bang te hoeven zijn om overvallen te worden, voldoende is om hier te willen blijven. De kinderen gaan hier naar school, en de kinderen mogen hier onderwijs genieten totdat ze 18 jaar zijn.

Zijn kinderen zich bewust van hun positie?

Het besef bij kinderen komt vanaf 14, 15, 16, eerst met het schoolreisje waar ze niet meekunnen, maar ook als ze zien dat klasgenoten een bijbaantje hebben en dat zij dat niet kunnen. Dan begint het besef dat hun situatie anders is. Ik word gebeld door veel jongeren met de vraag waarom ze niet kunnen werken. Je ouders zijn ongedocumenteerd, jij ook automatisch, het maakt niet uit of je hier geboren bent.

Er is onlangs een convenant getekend, in Den Haag en Amsterdam, zodat ongedocumenteerde jongeren na hun achttiende wel hoger onderwijs mogen volgen. Tien jaar geleden hield iedereen dat voor onmogelijk. Ik ben een hoopvol mens. Het is ook afhankelijk van het politieke klimaat. Maar er moet wel erkenning voor komen dat deze mensen hier zijn. Wat kunnen we doen voor deze doelgroep? Het zijn mensen die willen bijdragen, ze dragen al bij. Het zijn jongeren met talenten, met dromen. We moeten hier wat mee. Gebrek aan perspectief kan twee kanten op. Het kan een boost zijn voor mensen om juist ondanks hun situatie er het beste van te maken, of juist negatief, mensen worden boos op onze samenleving.

Hoe ken je IOM?

Door mensen die hier geen uitweg zien en terug willen ben ik in contact gekomen met IOM. Daar kwam ik Solomon tegen (red. Counselor IOM in Amsterdam). Ik ben heel blij met IOM, het is een neutraal orgaan die mensen op vrijwillige basis helpt terug te keren. IOM werkt cultuursensitief, dit geeft mensen een fijn gevoel, ze worden gezien en gehoord. IOM is een meedenkende organisatie, dat is heel fijn voor deze doelgroep.

Wanneer willen mensen terug?

Er zijn twee periodes wanneer mensen vooral terug willen keren. De zomervakantie en kerst. Ze gaan terug omdat er in die periodes weinig werk is. Geen werk betekent geen inkomsten, geen huurbetaling, de straat. Als mensen thuis zijn, dan hebben ongedocumenteerden geen werk. Er is weinig besef van goed werkgeverschap. De meeste mensen weten dat zij ongedocumenteerden in dienst hebben, maar er is geen besef van belang van doorbetalingen in onder andere vakanties maar ook bij ziekte. Veel mensen beseffen niet dat als zij iemand in huis nemen voor werk, ze dan ook werkgever zijn.

Ook worden veel mensen hier lamgeslagen en willen ze na drie à vier maanden terug. Ze hebben geen werk of woning. Er zijn veel mensen die het proberen maar die dan toch besluiten om terug te gaan.

Waar lopen mensen tegen aan die besluiten terug te keren?

'Er zijn een aantal dingen; vaak is er geen woning meer. Tijdelijke opvang tijdens het terugkeerproces is heel belangrijk. Daarnaast hebben mensen hier vaak een heel leven opgebouwd, dat ze vaak maar een koffer kunnen meenemen is dan heel lastig. Ook zijn er mensen die niet meer in aanmerking komen voor terugkeer omdat ze al eerder zijn teruggekeerd, dat is lastig omdat ze dan soms tussen wal en schip vallen. '

Gianni foto

Wil je nog wat vertellen over jezelf?

Ik spreek Portugees, en dat is fijn in communicatie met Braziliaanse gemeenschap. Ik houd van mensen. Binnen mijn werk en gemeenschap kan ik dit kwijt. De basis van mijn werk is het besef dat ik een Amsterdammer ben, en als Amsterdammer heb ik een zorgplicht naar iedereen die in de stad woont. Ik doe niets baanbrekends. Het is naastenliefde en als Christen beschouw ik dat als een opdracht. Zet je in voor de bloei van de woonplaats waar je woont, want de bloei van je woonplaats is ook jouw bloei. Je woonplaats wordt gemaakt door de mensen, zet je in voor de bloei van de ander, want de bloei van de ander is ook jouw bloei. Ik wil een voorbeeld geven en anderen stimuleren en inspireren om om te kijken naar anderen.'