Genève, 15 september 2026 - Het werk van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in landen die mensen opvangen die vanuit hun verblijfsland zijn overgebracht naar een ander land dan het land waarvan zij de nationaliteit hebben, is gericht op het beschermen van hun gezondheid, veiligheid, waardigheid en welzijn.Onze ondersteuning begint pas nadat zij in het ontvangende land zijn aangekomen, uitsluitend op verzoek van de ontvangende overheid en alleen wanneer essentiële veiligheidsmaatregelen aanwezig zijn.
De omstandigheden die ertoe leiden dat mensen naar derde landen worden overgebracht zijn niet nieuw en beperken zich niet tot één overheid. Staten in verschillende regio’s hebben al jarenlang soortgelijke benaderingen toegepast of overwogen, en het standpunt van IOM blijft hetzelfde, waar deze praktijken ook plaatsvinden. Migratiebeleid, waaronder beslissingen over uitzetting, valt onder de soevereine verantwoordelijkheid van staten.
Onze ondersteuning maakt deel uit van onze lange geschiedenis van het bieden van essentiële hulp aan migranten die gestrand zijn geraakt of zich in situaties van extreme kwetsbaarheid bevinden, ongeacht of die kwetsbaarheid het gevolg is van een conflict, een ramp of een beleidsbesluit van een overheid. Dit is de kern van ons mandaat: mensen helpen in hun basisbehoeften te voorzien op de kwetsbaarste momenten van hun leven. Wij bieden deze ondersteuning aan zowel volwassen als kinderen die met zeer uiteenlopende uitdagingen te maken hebben.
Mensen die door IOM worden ondersteund in het kader van overplaatsingen naar derde landen ontvangen basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg, counseling, beoordeling van beschermingsbehoeften en duidelijke, correcte, neutrale en volledige informatie over de beschikbare mogelijkheden. Wanneer iemand ons vraagt te helpen bij terugkeer naar het land van herkomst of naar een ander land waar die persoon wettelijk mag verblijven, doen wij dit alleen na individuele counseling en een beoordeling van beschermingsbehoeften, en uitsluitend wanneer de beslissing vrij, vrijwillig en op basis van geïnformeerde toestemming wordt genomen.
Uit recente openbare berichtgeving blijkt dat sinds begin 2025 tienduizenden mensen vanuit de Verenigde Staten naar derde landen zijn overgebracht. De betrokkenheid van IOM in deze context hangt volledig af van een verzoek van de ontvangende overheid en van de aanwezigheid van de vereiste veiligheidsmaatregelen. Waar wij zijn gevraagd te ondersteunen en aan voorgaande voorwaarden werd voldaan, hebben wij ongeveer 800 mensen ondersteund met gezondheidszorg, counseling en een beoordeling van hun beschermingsbehoeften. Ongeveer 300 van hen kozen later voor vrijwillige terugkeer.
Het verschil tussen dit aantal en de tienduizenden uitgezette personen is geen maatstaf voor de inzet van IOM. Het laat zien hoe weinig overheden ons gevraagd hebben ondersteuning te bieden of voldeden aan de voorwaarden die wij stellen. De meeste mensen die zijn uitgezet hebben geen enkele vorm van ondersteuning ontvangen.
Wij zijn ons er volledig van bewust dat staten internationale hulp soms inzetten om hun nationale prioriteiten te dienen en dat de financiering voor dit werk doorgaans afkomstig is van de overheden die betrokken zijn bij de uitzettingen. Het accepteren van die financiering betekent echter niet dat wij ons laten aansturen door die overheden. IOM behoudt volledige controle over de wijze waarop hulp wordt verleend, door wie die wordt verleend en onder welke voorwaarden. Wij hebben financiering geweigerd wanneer een overheid deze voorwaarden niet wilde accepteren. Bij ieder besluit om betrokken te raken staat één vraag centraal: verbetert onze inzet de situatie van de getroffen mensen in vergelijking met het realistische alternatief dat zij helemaal geen hulp krijgen? De herkomst van de financiële middelen is daarbij niet doorslaggevend. Dit is in overeenstemming met de humanitaire principes van onpartijdigheid en onafhankelijkheid die aan al ons werk sturen ten grondslag liggen. Financiering accepteren om mensen te helpen betekent niet dat wij instemmen met het beleid dat hen in deze kwetsbare situatie heeft gebracht.
Voordat IOM ermee instemt in een land te werken, beoordelen wij of de ontvangende overheid bereid is ertoe te verbinden de noodzakelijke waarborgen te treffen, waaronder regelingen voor legaal verblijf, bewegingsvrijheid en toegang tot internationale bescherming. Wij beoordelen risico’s juist om te kunnen bepalen of deze voldoende kunnen worden aangepakt. Wanneer niet aan die voorwaarden kan worden voldaan, hebben wij geweigerd om betrokken te raken of hebben wij beperkingen opgelegd aan onze activiteiten, ongeacht de gevolgen voor financiering of samenwerkingsrelaties. Uitzettingen naar deze landen vinden ook zonder onze betrokkenheid plaats. Migranten lopen daardoor een groter risico om bij aankomst in detentie te worden geplaatst of zonder de veiligheidsmaatregelen die wij anders zouden verzekeren naar hun land van herkomst te worden teruggestuurd.
IOM neemt nergens deel aan gedwongen verplaatsingen of detentie. Wij spelen geen rol bij het besluit van een land om mensen toe te laten of uit te zetten en wij bepalen voor geen enkel land het migratiebeleid.
Sommigen stellen dat de betrokkenheid van IOM beleid mogelijk maakt waarbij mensen naar derde landen worden uitgezet. Dat is niet het geval. Onze betrokkenheid betekent dat mensen die al zijn uitgezet gezondheidszorg en begeleiding krijgen, en duidelijke informatie over de mogelijkheden die zij hebben, in plaats van helemaal geen ondersteuning te ontvangen. De mensen die wij helpen, vertellen ons dit zelf..
De keuze waarvoor wij staan is niet die tussen uitzetting of geen uitzetting. Dat besluit is al genomen voordat wij überhaupt worden benaderd. De werkelijke keuze is of iemand in die situatie toegang heeft tot gezondheidszorg, informatie en een beoordeling van beschermingsbehoeften, of helemaal niet van dit alles. Wij weten welke van die uitkomsten wij zouden kiezen voor iemand om wie wij geven.
Als IOM zich terugtrekt, zullen deze uitzettingen niet stoppen. Diegenen die vinden dat wij basisvoorzieningen zouden moeten onthouden om een beleidsmatig signaal af te geven, vragen IOM in feite om het leed van uiterst kwetsbare mensen te negeren. Dat zullen wij niet doen.
IOM laat mensen niet in de steek wanneer zij zich in een vrijwel onmogelijke situatie bevinden.



