logo

IOM: meeste slachtoffers mensenhandel verhandeld via officiële grensposten

Khadija, een veertienjarig meisje, werd in 2015 verhandeld via een officieel grenspunt tussen Oeganda en Kenia. Zonder dat ze er van af wist had haar vader geregeld dat ze zou trouwen met een man in Kenia. Toen Khadija en de man de grens tussen Oeganda en Kenia bereikten nam hij haar paspoort af onder het mom dat hij haar zou helpen met haar immigratie. Hij verborg Khadija onder de stoel van zijn auto tot zij op hun bestemming aankwamen in de Keniaanse hoofdstad. Khadija werd overgebracht naar leden van haar familie die het huwelijk hadden geregeld. Gelukkig slaagde Khadija er in om contact te leggen met de ambassade, die haar samen met IOM hulp kon bieden.

Genève - Op de Internationale Dag tegen Mensenhandel (30/07) blijkt uit cijfers van IOM - het Migratieagentschap van de VN, dat de afgelopen tien jaar bijna 80 procent van de internationale mensenhandel verloopt via officiële grenscontroleposten op lucht- en zeehavens en over land.

Mensenhandel wordt vaak gezien als een ondergrondse activiteit; als irreguliere migratie die verborgen blijft voor de autoriteiten en het publiek. De cijfers van IOM laten echter een ander verhaal zien, waaruit blijkt dat de meeste mensenhandel in feite gebeurt via officiële grensposten. Dit wijst op de cruciale rol van ambtenaren belast met grenscontroles om potentiële slachtoffers te identificeren en door te verwijzen voor bescherming en bijstand.

Vrouwen worden vaker verhandeld via officiële grensposten dan mannen (84 procent van de gevallen, versus 73 procent van de mannen). Volwassenen worden vaker via grensposten verhandeld dan kinderen (80 procent van de gevallen, versus 56 procent van de kinderen).
Twee op de drie slachtoffers worden al tijdens hun reis uitgebuit, waarschijnlijk is daar dus al sprake van op het moment dat ze de grens overschrijden. Een derde weet nog niet dat zij verhandeld worden en gelooft in de beloftes van de handelaren op nieuwe kansen in het buitenland.

wdat data brief final dSommige slachtoffers die via officiële grensposten worden verhandeld zijn in bezit van vervalste documenten (9 procent van de gevallen), terwijl anderen niet in bezit zijn van hun eigen reisdocumenten (23 procent van de gevallen).
De cijfers zijn gebaseerd op gegevens die IOM de afgelopen tien jaar heeft verzameld over slachtoffers die door de organisatie zijn bijgestaan; in totaal bijna 8.000 slachtoffers op ongeveer 10.500 reizen. De gegevens zijn beschikbaar op Counter-Trafficking Data Collaborative (CTDC), de eerste website ter wereld met mensenhandelgerelateerde gegevens afkomstig van diverse bronnen. De in 2017 gelanceerde CTDC website bevat gegevens van ongeveer 800.000 verhandelde personen, afkomstig uit 171 landen die werden geëxploiteerd in 170 landen.

Op 13 juli hebben de lidstaten van de Verenigde Naties de Global Compact on Migration for Safe, Orderly and Regular Migration aangenomen. Hierin worden overheden opgeroepen om het grensbeheer te verbeteren, onder andere op het gebied van identificatie. Daarnaast is betere internationale samenwerking vereist inzake tijdige en efficiënte verwijzing, bijstand en passende bescherming van migranten in kwetsbare situaties op of nabij internationale grenzen, conform internationale wetgeving over mensenrechten. De Global Compact on Migration benadrukt de noodzaak voor een verbeterde screening en een individuele beoordeling bij grensposten. Dit kan worden geregeld door het toepassen van gestandaardiseerde procedures ontwikkeld door de nationale autoriteiten samen met mensenrechteninstellingen, Internationale organisaties en het maatschappelijk middenveld.

De gegevens die IOM vandaag publiceert laten zien hoe belangrijk het is voor nationale overheden om strengere procedures rond grensbeheer te ontwikkelen. In de uitvoering moeten deze maatregelen de kwetsbaarheid van migranten herkenenn samen met hun behoefte aan bescherming, zodat zij kunnen worden geïdentificeerd als slachtoffers van geweld, uitbuiting en misbruik, waarna ze verwezen kunnen worden naar relevante dienstverleners.

Front-line actoren, met namen ambtenaren belast met grenscontroles (lucht, zee en land), hebben een belangrijke taak bij de tijdige identificatie van (potentiële) slachtoffers van mensenhandel en van mensenhandelaren. Het is noodzakelijk om hun capaciteiten te blijven ontwikkelen zodat slachtoffers van mensenhandel in een vroegtijdig stadium kunnen worden geïdentificeerd.

Ook is belangrijk dat de dienstverleners op grenscontroles in de landen van vertrek en aankomst, zoals luchthavenpersoneel, personeel van luchtvaartmaatschappijen en spoorwegen voortdurend worden getraind op het herkennen van gevallen van mensenhandel. Tevens moeten procedures worden ontwikkeld voor de communicatie en rapportering aan nationale overheden. Nieuwe technologische ontwikkelingen op het gebied van het gegevensverzameling op grensposten kunnen daarnaast grote invloed hebben op verbetering van de risicoanalyse en real-time identificatie.

IOM biedt een unieke bron van data over mensenhandel. De organisatie beschikt over de grootste database ter wereld van het slachtoffers van mensenhandel met gegevens van meer dan 50.000 personen die IOM de afgelopen jaren heeft bijgestaan. Deze gegevens worden gebruikt voor de ontwikkeling van IOM’s beleid en programma’s, voor het vaststellen van prioriteiten en het meten van de impact van interventies op het gebied van mensenhandel.
De vinger aan de pols houden is essentieel voor het verbeteren van initiatieven tegen mensenhandel op grensposten.

Voor meer informatie over de activiteiten van de IOM tegen mensenhandel: klik hier.

Voor meer informatie over dit persbericht kunt u contact opnemen met Harry Cook, IOM HQ, Tel: + 41227179111, e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Share
Newsroom
SpreekurenNL
Aan de inhoud van deze website kunnen geen rechten worden ontleend.